Wrts
Wrts is het online overhoorprogramma van De Digitale School: kijk op www.wrts.nl

Franconville Vmbo

 

Lijsten voor Vmbo 4

Alle lijsten laten zien

  Talen Titel  
1. Nederlands—Frans Extra oefenzinnen voor SE 1 - 2009 37 Overnemen
2. Nederlands—Frans Grammaire : Vragen stellen 10 Overnemen
3. Nederlands—Frans Grammatica - "de" na een ontkenning/hoeveelheid 15 Overnemen
4. Nederlands—Frans Grammatica - Bezittelijk vnw : Vmbo 2 + Vmbo-Havo 2+ klas 3 + klas 4 34 Overnemen
5. Nederlands—Frans Grammatica - De datum 8 Overnemen
6. Nederlands—Frans Grammatica - De leeftijd 7 Overnemen
7. Nederlands—Frans Grammatica - De maanden 12 Overnemen
8. Nederlands—Frans Grammatica - De telwoorden klas 3 + 4 30 Overnemen
9. Nederlands—Frans Grammatica - De tijden van de klok klas 3 + 4 16 Overnemen
10. Nederlands—Frans Grammatica - Het aanwijzend voornaamwoord 18 Overnemen
11. Nederlands—Frans Grammatica - Het weer 11 Overnemen
12. Nederlands—Frans Grammatica - L'imparfait (de o.v.t.) 18 Overnemen
13. Nederlands—Frans Grammatica - le passé composé (v.t.t.) 30 Overnemen
14. Nederlands—Frans Grammatica - Lidwoorden 6 Overnemen
15. Nederlands—Frans Grammatica - Lidwoorden voor landennamen/stad 12 Overnemen
16. Nederlands—Frans Grammatica - Persoonlijk voornaamwoord 9 Overnemen
17. Nederlands—Frans Grammatica - Rangtelwoorden 1e t/m 10e 11 Overnemen
18. Nederlands—Frans Vmbo 2 Etape 2 TR 27 : acheter 6 Overnemen
19. Nederlands—Frans Vmbo 4 Formele brieven : conclusie en afsluitingsformule 6 Overnemen
20. Nederlands—Frans Vmbo 4 Formele brieven : een baan zoeken 15 Overnemen
21. Nederlands—Frans Vmbo 4 Formele brieven : examen brief 2010 14 Overnemen
22. Nederlands—Frans Vmbo 4 Formele brieven : informatie over een taalcursus 6 Overnemen
23. Nederlands—Frans Vmbo 4 Formele brieven : informatie vragen, een reservering boeken 40 Overnemen
24. Nederlands—Frans Vmbo 4 Informele brieven : conclusie en afsluiting van de brief 7 Overnemen
25. Nederlands—Frans Vmbo 4 Informele brieven : examen e-mail 2010 23 Overnemen
26. Nederlands—Frans Vmbo 4 Informele brieven : informatie over het weer 9 Overnemen
27. Nederlands—Frans Vmbo 4 Informele brieven : informatie over jezelf,je familie, de school, je land/regio, je hobby. 65 Overnemen
28. Nederlands—Frans Vmbo 4 Informele brieven : informatie over sport. 15 Overnemen
29. Nederlands—Frans Vmbo 4 Informele brieven : informatie vragen 5 Overnemen
30. Frans—Nederlands Wekwoord Lire = Lezen (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
31. Nederlands—Frans Werkwoord Être = Zijn (imparfait = o.v.t) 6 Overnemen
32. Nederlands—Frans Werkwoord Être = Zijn (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
33. Frans—Frans Werkwoord : uitgangen van de imparfait (ovt) 6 Overnemen
34. Frans—Nederlands Werkwoord Aller = Gaan (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
35. Frans—Nederlands Werkwoord Aller = Gaan (passé composé = v.t.t.) 8 Overnemen
36. Nederlands—Frans Werkwoord Aller = Gaan (présent = o.t.t.) 8 Overnemen
37. Frans—Nederlands Werkwoord Avoir = Hebben (présent+passé composé+imparfait+futur) 24 Overnemen
38. Nederlands—Frans Werkwoord Avoir = Hebben (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
39. Nederlands—Frans Werkwoord Boire = Drinken (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
40. Nederlands—Frans Werkwoord Boire = Drinken (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
41. Nederlands—Frans Werkwoord Boire = Drinken (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
42. Frans—Nederlands Werkwoord Croire = Geloven (futur = zal/zullen) 6 Overnemen
43. Frans—Nederlands Werkwoord Croire = Geloven (imparfait = ovt) 6 Overnemen
44. Nederlands—Frans Werkwoord Devoir = moeten (imparfait = v.t.t.) 6 Overnemen
45. Nederlands—Frans Werkwoord Devoir = moeten (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
46. Nederlands—Frans Werkwoord Devoir = moeten (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
47. Nederlands—Frans Werkwoord Dire = Zeggen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
48. Nederlands—Frans Werkwoord Dire = Zeggen - présent (o.t.t.) 6 Overnemen
49. Frans—Nederlands Werkwoorden = Lire (lezen) imparfait (ovt) 6 Overnemen
50. Frans—Frans Werkwoorden op -er (in de présent) 12 Overnemen
51. Nederlands—Frans Werkwoorden op -ir (in de présent) 13 Overnemen
52. Nederlands—Frans Werkwoorden op -re (in de présent) 13 Overnemen
53. Nederlands—Frans Werkwoord Envoyer = Sturen (imparfait = v.t.t.) 6 Overnemen
54. Nederlands—Frans Werkwoord Envoyer = Sturen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
55. Nederlands—Frans Werkwoord Envoyer = Sturen (présent o.t.t.) 6 Overnemen
56. Nederlands—Frans Werkwoord Faire = doen/maken (présent) 6 Overnemen
57. Frans—Nederlands Werkwoord Lire = Lezen (futur = o.t.t.t. zal/zullen) 6 Overnemen
58. Frans—Nederlands Werkwoord Lire = Lezen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
59. Nederlands—Frans Werkwoord Lire = Lezen (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
60. Nederlands—Frans Werkwoord Mettre = Aantrekken, Zetten, Leggen (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
61. Nederlands—Frans Werkwoord Mettre = Aantrekken, Zetten, Leggen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
62. Nederlands—Frans Werkwoord Mettre = Aantrekken, Zetten, Leggen (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
63. Nederlands—Frans Werkwoord Partir = Vertrekken (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
64. Nederlands—Frans Werkwoord Partir = Vertrekken (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
65. Frans—Nederlands Werkwoord Pleuvoir = Regenen 4 Overnemen
66. Frans—Nederlands Werkwoord Pouvoir = Kunnen (futur = zal/zullen) 6 Overnemen
67. Frans—Nederlands Werkwoord Pouvoir = Kunnen (imparfait = ovt) 6 Overnemen
68. Frans—Nederlands Werkwoord Pouvoir = Kunnen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
69. Frans—Nederlands Werkwoord Prendre = Nemen (futur = o.t.t.t. zal/zullen) 6 Overnemen
70. Frans—Nederlands Werkwoord Prendre = Nemen (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
71. Frans—Nederlands Werkwoord Prendre = Nemen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
72. Frans—Nederlands Werkwoord Prendre = Nemen (présent = o.t.t.) 6 Overnemen
73. Nederlands—Frans Werkwoord S'appeler = Heten (présent) 6 Overnemen
74. Frans—Nederlands Werkwoord Savoir = Weten (présent+passé composé+imparfait) 18 Overnemen
75. Nederlands—Frans Werkwoord Venir = Komen (imparfait = o.v.t.) 6 Overnemen
76. Nederlands—Frans Werkwoord Venir = Komen (passé composé = v.t.t.) 13 Overnemen
77. Nederlands—Frans Werkwoord Venir = Komen (présent=o.t.t.) 6 Overnemen
78. Nederlands—Frans Werkwoord Voir = Zien (imparfait = ovt) 6 Overnemen
79. Nederlands—Frans Werkwoord Voir = Zien (passé composé = vtt) 7 Overnemen
80. Nederlands—Frans Werkwoord Voir = Zien (présent = ott) 7 Overnemen
81. Frans—Nederlands Werkwoord Vouloir = Willen (futur = zal/zullen) 6 Overnemen
82. Frans—Nederlands Werkwoord Vouloir = Willen (imparfait - ovt) 6 Overnemen
83. Nederlands—Frans Werkwoord Vouloir = Willen (passé composé = v.t.t.) 6 Overnemen
84. Nederlands—Frans Werkwoord Vouloir = Willen (présent = o.t.t.) 6 Overnemen

    RSS. Wrts is een project van De Digitale School. Colofon